zondag 23 februari 2014

Waar moet ik mijn armen nou laten?

Vakantie (en weekend) betekent thuis bij mijn ouders. Dat heeft natuurlijk allerlei voordelen, zoals gratis eten wat nog voor je gemaakt wordt ook. De hele week geen boodschappen doen. Hulp bij alles wat je moet doen. Ja, het leven is goed in het ouderlijk huis.
Maar stiekem is het beste ding hier Pepper. Ik kocht Pepper toen ik een jaar of 8 was. Ik kocht hem zelf, dus er zat helemaal geen speciale waarde aan en toch was hij gelijk mijn beste vriend. En sindsdien is er geen nacht geweest dat Pepper niet in mijn armen lag.
Ja, Pepper is mijn knuffelhond. En ja, ik slaap al een jaar op 11 met hem.
Ik weet dat het niet hoort om op je negentiende nog met een knuffeldier te slapen. En misschien schaam ik me ook wel een klein beetje nu ik dit op biecht. Maar ik doe het nog steeds: Heerlijk met Pepper kroelen voor Klaas Vaak me op zoekt. En dan dacht ik dat Pepper 's nachts wakker werd (zodra ik niet keek) en zijn eigen leven zou leden, of me zou beschermen tegen het kwaad.
Op de dag dat ik ging verhuizen naar mijn kamer in Rotterdam dacht ik: Pepper, je blijft thuis. Mijn moeder is nog steeds in shock, maar ik vond dat ik nu toch echt te oud werd voor Pepper. Het werd tijd om hem thuis te laten en het volwassen leven aan te gaan. Zonder mijn trouwe hond.
Dus daar lag ik dan. De eerste nacht in mijn overheerlijke bed met schone witte lakens en meerdere kussens. Het bed wat ik altijd wilde hebben. Dus ik lag, en draaide me eens om, en nog eens, en nog eens. Ja, mijn bed was heerlijk, ik lag heerlijk, maar waar moest ik mijn armen nou laten?
Ja mensen, de eerste nachten waren zwaar. Ik zou bijna zeggen ondraaglijk, maar dat is misschien weer iets te dramatisch. Ik mis Pepper in Rotterdam.
Dus zodra ik thuis kom in het weekend, knuffel ik mijn trouwe viervoeter en duik ik heerlijk in bed. Maar iedere maandagochtend (om 6.30u ppfffff) laat ik hem toch echt weer de hele week in een koud bed te liggen. Elke keer twijfel ik om hem mee te nemen, maar ik doe het steeds toch niet. Ik ben bijna 20, dan kan je echt niet meer met een knuffel slapen. Oké, alleen in het weekend dan.


dinsdag 18 februari 2014

Gewoon, omdat dit gedeeld moet worden #5: Frozen.

Volgens mij is het duidelijk dat ik van Disney houdt. Ik kan Finding Nemo en Rapunzel meepraten, ik speel iets te fanatiek Disney Hidden Worlds en nu heb ik een nieuwe crush ontwikkeld.
FROZEN! De nieuwste Disneyfilm is naar mijn idee de beste. Disney spot met zichzelf, wat ik heerlijk vind. Ik ben stiekem verliefd op Sven (nee niet Kramer, Sven het rendier). En ik kan maar niet stoppen met het blèren van Let it Go. En dan niet de Demi Levato versie, want die is niet om aan te horen.
Nee, ik kijk Disney films normaal gesproken in het Nederlands, ook al zit je dan met een heleboel gillende kinderen in de zaal. Ik heb het allemaal over voor de fantastische stem van Willemijn Verkaik, die de Nederlandse versie in spreekt.
Oh, en ze zijn een Broadway Musical van Frozen aan het maken. Die komt over een paar jaar naar Nederland en ik ga Elsa spelen. Nee, dat is geen discussie, dat is gewoon zo.

Gewoon, omdat dit gedeeld moet worden. Mijn nieuwe nummer voor mijn doucheconcert.








maandag 17 februari 2014

Mijn tandarts is niet eng, mijn tandarts is een eikel.

Niemand vindt het leuk om naar de tandarts te gaan. De meeste mensen vinden het eng. Nou, ik ben niet bang. Mijn tandarts is niet eng, mijn tandarts is een eikel.
Hoe kan ik dan beter mijn eerste vakantiedag besteden dan met hem? Mijn grote vriend de tandarts, mijn grote vriend die me, toen ik een beetje vrouwelijke vormen begon te krijgen, zei dat ik 'wel dik aan het worden was.'
Het gaat zo: Ik kom om 14.10 de wachtkamer binnen en moet dan ten eerste al minstens een uur wachten (ik snap niet waarom ik nog op tijd kom...)
Hij roept me naar binnen, ik ga in de stoel liggen, doe mijn mond open en hij kan beginnen met zijn beledigingen, omdat ik toch niet kan reageren.
'Maar het conservatorium is toch iets heel serieus en musical is dat niet.'
'Leuk met een studiegenoot samenwonen, jullie hebben vast veel lol.'
Ik gebaar zoiets als 'mwuah'.
Zodra ik mijn mond weer kan gebruiken, zeg ik: 'We zijn bijna nooit thuis.'
'Oh, jullie zijn zeker alleen maar aan het feesten.'
Weer duurt het 10 minuten voor ik kan antwoorden.
'Nee, we hebben gewoon elke dag les van 9 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds'. Dat was maar een heel klein beetje overdreven en zorgt er wel mooi voor dat mijn tandarts met zijn bek vol tanden staat (leuke woordgrap).
'Oh, oh dat vind ik best wel lang.'
Ja, ik doe namelijk een echte studie. Ik huppel niet een paar uur per dag rond in een conservatorium om vervolgens te gaan zuipen. Ik leef niet zo ongezond als jij denkt. 
Vervolgens vindt mijn geliefde tandarts een gaatje. Dat is ook niks nieuws. Op de een of andere manier, heb ik altijd gaatjes. En ik kan me niet voorstellen dat ik meer snoep dat anderen. Ik heb gewoon een slecht gebit.
Dus terwijl hij mijn lip verdoofd, heeft hij weer wat extra tijd om me de grond in te boren (weer een leuke woordgrap).
'Maar er is vast heel veel concurrentiestrijd, jullie staan vast op ontploffen.'
Ik kijk hem verveeld aan.
'Maar jullie hebben wel vast heel veel lol, lekker veel gays om je heen.'
Ongemakkelijk probeer ik te knikken terwijl ik hem wel kan wurgen. Alleen dat woord 'gays' al. Dat zijn ook gewoon mensen hoor.
'Ik ben echt een goede tandarts hè. Moeilijke vragen stellen waar je geen antwoord op kunt geven. Zo horen tandartsen dat te doen.'
Je stelt geen moeilijke vraag, eikel. Je zit met een freaking boor in mijn mond, daarom reageer ik niet.
Daarna komt de gebruikelijke preek: Geen sapjes, geen suiker, geen frisdrank. Alleen leven op water en wortels. Gelukkig hebben mensen geen koolhydraten nodig om te leven. Ik ben bij dit deel allang afgehaakt. Het maakt me eigenlijk niet meer uit wat die man zegt.
Als ik eindelijk mijn mond mag spoelen, druk ik mijn tandarts op het hart dat het reuze meevalt met de concurrentiestrijd omdat je een studie samen doet en omdat je samen moet werken om te komen waar je wilt zijn.
Hij drukt me nog twee tubes tandpasta in mijn hand (yes gratis spullen) terwijl ik met mijn tong aan het uitstekende stukje vulling voel. Kan die man nou nooit gewoon mijn tand vullen zonder scherpe delen uit te laten steken.
Anderhalf uur later loop ik eindelijk de praktijk uit. Ik moest eigenlijk nog dingen doen, maar ik fiets gelijk naar huis. Ik wil op de bank zitten, huilend, met mijn dikke lip en 'De modepolitie 2.0'.
Gelukkig hoef ik pas over een half jaar weer terug.

donderdag 13 februari 2014

Vissengraatvlechten, paardenstaarten, rommelige knotten die niet vastgezet moeten worden met 1000 speldjes.

Ik heb nogal een kapper fetisj. Ik wil zowat iedere seconde iets anders met mijn haar. In mijn jongere jaren heb ik alle haarstijlen zo ongeveer gehad. Haarstijlen waar ik me best wel voor schaam. Een rattenkoppie, een hanenkam (roze met blauwe stippen), lange bob, korte bob, krullen, stijl haar, kort, korter, nog korter. Het enige wat ik nog nooit gehad heb, is lang haar. Gewoon mooi lang zeemeermin krullend haar. Elke keer als maar haar "aan de lange kant is", word ik verliefd op een pixie kapsel. En voor ik er erg in heb vliegen al mijn "lange" lokken er weer af. Ik heb al spijt als ik de plukken op de grond zie liggen. Het korte haar staat me goed, maar stiekem droom ik ervan om ooit Rapunzel te worden.
Het allerliefste wil ik het oude haar van Miley Cyrus. Begrijp me niet verkeerd, ik vind haar nieuwe kapsel echt geweldig (behalve de knotjes). Maar haar oude haar: ZO MOOI. Dat wil ik zo graag. Waarom heb ik dan nooit het geduld om het te laten groeien? Ik heb gewoon een zwak voor andere kapsels en ik kom nooit op de lengte die ik wil hebben....
Afgelopen zomer knipte ik weer mijn langste haar ooit weer af voor een lange bob, die mislukte, waardoor ik er weer een ander model in liep knippen, wat mislukte, waardoor ik het nog een keer liet knippen en verven. Blijkbaar heb ik elke keer de verkeerde kapper gekozen want ik ben nog steeds niet tevreden en vertik het om nog een keer te gaan. En nu is mijn haar nog niet eens schouderlengte. En ik hunker weer naar extensions.
Ik kwijl weg bij lange vissengraatvlechten, paardenstaarten, rommelige knotten die niet vastgezet moeten worden met 1000 speldjes. En iedere avond bid ik dat ik wakker wordt met haar. Ik wil gewoon haar.
De meeste meiden hebben zoveel moeite om hun haar af te knippen. Het is eigenlijk best grappig dat dat bij mij precies andersom is. Als mensen me vragen hoe ik het durf om mijn haar af te knippen, grap ik altijd: 'Het is maar haar, het groeit toch wel weer aan.' Maar bij mij blijkt dat dus niet zo te zijn... Of, het groeit wel aan, maar dan verpest ik het zelf weer.
En het is ook echt niet zo dat mensen nog nooit geprobeerd hebben om me om te praten. Ze proberen het idee van een korte coupe altijd uit mijn hoofd te praten. Ik luister er gewoon niet naar. Zodra ik iets besloten heb, gaan de oordoppen in en houd ik me aan mijn besluit.
Dus, de volgende keer als ik mijn haar weer kort wil knippen, moeten mijn klasgenoten me vastbinden aan een boom. Zodat ik niet weg kan en het niet meer kan knippen voor ik het haar heb dat ik zo graag wil. En van de zomer heb ik echt mijn Miley Cyrus haar. Beloofd.


woensdag 12 februari 2014

Mijn vreemde en een beetje genante shopgewoontes.

Ik shop het liefst alleen. Zoals andere meiden al hun vriendinnen bellen als ze naar de stad moeten, zo probeer ik er onderuit te komen dat er iemand mee gaat. Het is niet dat ik het niet gezellig vind. Ik vind het super leuk om met vriendinnen te gaan lunchen en dan rustig door een winkeltje te slenteren. Het probleem is, dat dat laatste me nooit lukt. Rustig en gestructureerd door een winkel lopen en ondertussen kletsen over alle problemen in de wereld kan ik gewoon niet. Zodra ik een winkel binnenloop, stuif ik alle kanten op. Van de ene kant van de winkel naar de andere, zonder enige structuur. Vervolgens ga ik met een hele volle arm met kleding naar de paskamers, kom met ongeveer de helft terug en moet dan nog beslissen wat ik me ook daadwerkelijk kan veroorloven.
Dus degene die met mij gaat shoppen, moet zigzag de winkel door, raakt me kwijt en moet dan vervolgens eerst een uur wachten terwijl ik pas en moet dan daarna nog een half uur met me overleggen wat ik nou moet kopen.
Daarom shop ik alleen, om andere mensen te sparen. En mezelf. Want ik vind het echt verschrikkelijk dat ik alles moet passen en mijn shopgenoot niks past en altijd moet wachten. (Ik vraag me wel altijd af waarom ze niks passen. Als je gaat shoppen moet je toch ook dingen kopen?). De enige met wie ik kan shoppen, is mijn zus. Die heeft namelijk dezelfde vreemde shopgewoontes als ik. Dat betekend wel dat we elkaar binnen 5 minuten kwijt zijn zodra we binnen zijn en elkaar pas weer terug vinden als we moeten passen, maar we hebben elkaar toch niet nodig tijdens het zoeken.
Op een zondag naar de Primark was het slechtste idee wat ik ooit gehad had, dacht ik. Maar uiteindelijk viel dat zo erg mee. Het was helemaal niet zo druk. Tja, wie begint er dan ook een Primark in Zoetermeer?
Ik ging de paskamer al in met minder dingen dan normaal, ik had maar 7 items om te passen. Ik ben gewend om veel te passen en weinig te kopen, maar toen zondag ook het laatste item niet paste, zakte de moed toch in mijn schoenen. Nog maar een ronde door de winkel dan. En opnieuw passen, en opnieuw met lege handen naar huis. Zelfs de schoenen die ik had uitgekozen paste niet (dan is er echt iets mis).
Uiteindelijk ging ik de winkel uit met een tas vol praktische dingen: slipjes, sokken, make up doekjes en wat spulletjes voor in mijn huis. Ik was in totaal 10 euro kwijt. Ach ja, niks leuks kunnen vinden is wel weer goed voor de portemonnee.


dinsdag 4 februari 2014

10 dingen die ik tegen mijn tiener zelf zou zeggen.

Wat zou jij tegen je tiener zelf zeggen?
Als er iets in de afgelopen jaren veranderd is, is dat dat ik zo'n ander mens geworden ben. Ik heb zoveel geleerd van mijn oude zelf. En dit was eigenlijk een blog die ik bedacht had voor na mijn verjaardag (als ik 20 ben), maar dat is pas in juli en dat duurt nog veel te lang en ik heb nu zin om deze te schrijven. Dus, ook al ben ik stiekem nog een beetje een tiener, toch deze lijst, niet met 50 dingen, maar wel een lijstje van 10. ;).
Dingen die ik tegen mijn tiener zelf zou zeggen.

1. Investeer in vriendschappen.
Ik heb nogal wat problemen gehad met vrienden maken en behouden. Ik was daar, om het nog maar zacht te zeggen, niet zo goed in. Ik weet ook zeker dat dat niet zozeer met die mensen te maken had, maar meer met mij. Ik had gewoon vaak geen zin om leuke dingen te doen. Ik ging naar school en daarna ging ik naar huis en me bemoeien met mijn online leven. Als ik daar nu aan terug denk, is het bijna te zielig voor woorden. Ik was eigenlijk altijd alleen. Ik liet vriendschappen verslommeren en vond het dan raar dat die vriendinnen meer met andere mensen omgingen. Pas sinds een aantal jaar ben ik erachter hoe leuk ik het vind om uit eten te gaan en onverwachte dingen te doen. Al is het gewoon wat lunchen met iemand, dat is gewoon gezellig om te doen.
Dus ik zou graag tegen mezelf zeggen: investeer in vriendschappen. Vrienden hebben liefde en aandacht nodig en sommige mensen zijn te bijzonder om te laten gaan. Dus doe een beetje je best voor die mensen.

2. Roddelen is een no-go.
Ach, als ik dit had geweten op de middelbare school. Als mijn vriendschappen dan eenmaal uit elkaar dreigden te vallen, ging ik een heleboel dingen zeggen waar ik niet trots op ben. Gewoon, omdat ik jaloers en gekwetst was. En misschien is het een hele natuurlijke reactie, een soort afweersysteem, maar het is ook heel dom en het helpt nou niet echt bij het behouden van je vriendschap. Als je eens wist hoe vaak ik vriendschappen verloren ben. Ik zie mezelf nog huilend in de regen staan, in mijn eentje op een plein. Tja, van die fouten kan je natuurlijk ook alleen maar leren.

3. Wees trots op wie je bent.
Ik heb altijd geweten wat ik wilde met mijn leven. Dus over dat aspect ben ik eigenlijk nooit onzeker geweest. Maar pas toen ik ging studeren, kwam ik achter mijn passie voor mode. Gewoon, omdat ik daar eerder niet voor uit durfde te komen. Ik heb altijd zo opgekeken tegen de mensen die ik 'populair' vond, dat ik nooit een woord met ze durfde te wisselen. Het leek toen nog alsof ik alleen wat waard was, als zij met mij om wilden gaan. En, ja, zo gaat dat met middelbare scholen en populariteit enzo. Dat weet ik ook wel. Maar ik had er graag eerder achter gekomen dat ik niet zo'n verlegen en anti-social persoon ben als ik me altijd voor deed. Ik had best gewoon met die meiden kunnen praten en het gezellig kunnen hebben. Maar ik heb altijd alleen maar tegen ze op gekeken. En daardoor heb ik me vaak geschaamd voor dingen die ik echt leuk vond op dat moment, alleen omdat zij dat afkeurden. Vreemd dat zoiets me nu niks meer zou doen.
Does this even make sense? Volgens mij wil ik nu zoveel dingen zeggen, dat het allemaal door elkaar loopt haha.

4. Je hoeft niet altijd de beste te zijn.
Ik ben een competitief persoon. En dat is op zich helemaal niet slecht, want dat laat je vaak harder werken. Maar ik sloeg echt door in mijn prestatie drang. Ik wilde altijd zo graag de beste zijn, dat ik andere mensen naar beneden ging halen. Ik ging maar bedenken dat die andere veel minder goed was in iets waar ik dan weer beter in was. Ik sprak die gedachten dan weliswaar niet uit, maar ik dacht ze wel. Ik schaam me nu niet eens zo voor de dingen die ik dacht. Dat was mijn vreemde brein maar, die op hol sloeg. Ik schaam me meer voor hoe het me beïnvloed heeft. Ik prees mezelf zo ongeveer de hemel in en zette zo mijn ontwikkeling vast. Ik mocht geen fouten maken, ik moest perfect zijn en alles al kunnen. En, er was een tijd dat ik aardig arrogant was, gewoon door mijn onzekerheid.
Nu weet ik dat het veel rustgevender is om je mindere punten te weten. Ik ga tegenwoordig zo makkelijk met feedback om, gewoon omdat ik weet dat feedback er is om je verder te helpen. Mensen die jou feedback geven, willen dat je beter wordt en dat je leert. En daarom is het helemaal niet erg om ergens niet de beste in te zijn. Als je er maar van leert.
Je hoeft niet altijd de beste te zijn, je moet beter zijn dan jij dacht dat je kon zijn.

5. Liegen is nergens goed voor.
Tegenwoordig heb ik een hekel aan liegen. Het lost niks op, maakt de problemen vaak alleen maar groter. En ik krijg er een rot gevoel van. Ik zeg liever eerlijk waar ik mee zit, want eerlijkheid wordt altijd meer gewaardeerd dan leugens, ook al lijkt dat soms niet zo. En van mensen te horen krijgen dat het ze opvalt dat je altijd eerlijk bent, dat is voor mij een groot compliment. Daar had ik vroeger best wat meer mee mogen doen.

6. Duits is belangrijk voor je toekomst.
De bovenste regel had ik bedacht toen ik mijn vakken moest kiezen. Daarna ben ik het totaal vergeten. En nu kan ik geen woord Duits. En ik studeer aan een conservatorium. En ik moet dingen zingen als Schubert en Stravinsky. En mijn toekomst ligt misschien wel in Duitsland. En ik kan geen regel normaal uitspreken en ik weet al helemaal niet wat het betekend. Als ik er nou maar iets meer aan had gedaan op de middelbare school en niet had geleefd op spiekbriefjes... (Oeps, mijn oud Duits lerares gaat dit vast lezen. Het spijt me. Ik was onverstandig en jong).

7. Genoeg slaap is belangrijk.
Ik ben zo iemand die veel slaap nodig heeft om goed te functioneren. Zeker toen ik jonger was, had ik dat nog. En ik ging nooit op tijd naar bed. Ik deed altijd nutteloze dingen, die totaal onbelangrijk waren. Of ik begon de avond voor de toets met leren en leerde tot midden in de nacht. En uiteindelijk had ik nooit genoeg slaap.
Onthoud, ik zeg dit terwijl het net middernacht is geweest en ik nog steeds een blog aan het schrijven ben, iets wat ik ook 3 uur geleden had kunnen doen, toen ik Youtbube-filmpjes aan het kijken was. En ik moet morgen weer om half 8 op. Is dat minimaal 8 uur slaap? Volgens mij niet....

8. Je hebt al die onzin niet nodig.
Alleen al het idee dat ik anderhalf uur voor ik weg moest op stond kan ik nu al niet meer hendelen. En dat alleen maar om mijn make-up te doen. Echt, al die lagen foundation, oogschaduw en andere shit die ik altijd op mijn gezicht smeerde, slaat helemaal nergens op. En het helpt ook niet tegen de puisten, die worden er alleen maar erger van. Wat ben ik blij dat ik nu de helft van de week gewoon puur natuur zonder make-up de school in huppel en me geen moment schaam. Had ik dat toen maar gekund.

9. Kom op tijd.
Ik ben in de brugklas zo vaak te laat gekomen, dat ik me twee keer per week vroeg moest melden. Waarschijnlijk kwam het door mijn uitgebreide make-up routine. Op tijd in de les zijn moet toch niet zo'n groot probleem zijn? Ik had best wat meer mijn best kunnen doen om op tijd te komen. Als je iedere dag te laat komt, is er iets wat je fout doet.
Maar ja, als ik erover na denk. Het is nog steeds een wonder als ik op tijd op werk ben, of op een lunch afspraak. (Op school ben ik wel altijd op tijd, hooray for me!)

10. Geef nooit op.
Ik ben over het algemeen niet echt een doorzetter. Meestal, als iets niet in een keer lukt, stop ik ermee. Zo heb ik een heleboel dingen nooit goed beheerst, zoals tekenen. Gewoon omdat ik te gefrustreerd was na de eerste keer proberen. Het enige waar ik altijd voor ben blijven vechten, is mijn carrière. En kijk waar ik nu ben. Gelukkig, mijn dromen aan het bereiken. En dat is altijd omdat ik in mezelf ben blijven geloven en niet op heb gegeven. Misschien was ik nu wel beter geweest in dingen als ik gewoon had volgehouden.

Dit was het dan. Zoals jullie kunnen lezen, ben ik in sommige adviezen nog niet erg geslaagd. Maar ja, ik ben nog een half jaar een tiener, dus nog een half jaar om dingen te veranderen.
Ik ben in ieder geval blij dat ik niet meer op de middelbare school zit. Want degene die gezegd heeft dat de middelbare school de beste tijd van je leven is, die heeft pas echt problemen.